Contact:
Westergracht 61
2013 ZL Haarlem
023-5311054 info@koorschoolhaarlem.nl
Geschiedenis

Reeds vanaf de oudste tijden is een hechte band nawijsbaar tussen onderricht aan de jeugd en de sociaal-culturele tradities van een volk.

Vanuit de Griekse en romeinse geschiedenis is dit spoor te volgen, via de scholen aan de tempel en synagogen van de Joden, waar jongens voor de Joodse eredienst werden opgeleid, de levietenzonen, naar het vroege Christendom, toen vooral ná de christenvervolging vanaf de 4de eeuw voor de uitbouw van de jonge kerk zeer veel waarde werd gehecht aan de verzorging van de eredienst. De essentiële rol welke de jongenstem hierbij innam, bracht de eerste scholen tot stand in Rome en Zuid-Gallië.

Tijdens de Middeleeuwen werden aan de kathedralen en hoofdkerken voor hetzelfde doel scholen opgericht, waar jongens werden opgeleid voor de kerkelijke zang; er onstond immers een groeiende begoefte aan jongens, die de verplichting tot het officie-zingen van de kathedrale kanunniken regelmatig overnamen 

Toen vanaf de 13de eeuw de steden opkwamen en daarmee het aantal kathedralen en hoofdkerken evenredig toenam, werd de taak van de scholieren langzamerhand te omvangrijk en te zwaar en namen de klachten hand over hand toe.

Eén van de middelen die men hiertegen aanwendde, was het instituut van ‘Koralen’: 4 tot 12 uitgezochte jongens werden voor deze diensten opgeleid en verzorgden tegen betaling de vele diensten in de kerk, terwijl de gewone scholieren van toen af hierdoor aanmerkelijk werden ontlast.

Het loon van deze koralen bestond naast geld ook uit loon in natura (voedsel, kleding), maar ook in gratis onderwijs en huisvesting, vaak in een zogenaamd ‘Koraalhuis’ of bij de zangmeester thuis.

De stadmagistratuur was zeer gebrand op voorbeeldige kerkmuziek ter plaatse. Zij kwam dan ook de koraal-stichtingen op velerlei wijze te hulp met financiële steun, maar vooral ook door speciale onderwijs-faciliteiten voor de koralen, zodat zij hun kerkmuzikale taak optimaal konden vervullen.

Bovengeschetst beeld vindt men, afgezien van enkele bijkomstige nuances, gedurende alle eeuwen in vrijwel alle landen van West-Europa.

Haarlem

Haarlem bleef bij deze ontwikkeling zeker niet achter. De eerste berichten over zang in de (oude) St. Bavo stammen van rond 1300. Ook hier ging men zeker al vroeg over op een groepje koralen om aldus de muzikale verplichtingen van de leerlingen van de Latijnse school (opgericht in 1389) enigzins te verlichten. De koralen woonden “ten huyse van die sanghmeester om daer dagelix geleert te worden in musyck ende andere goede punten”. Immers de opkomende meerstemmigheid eiste voor haar uitvoering een ensemble van muzikaal opgeleide en gevormde jongens- en mannenstemmen.

De reformatie van de 16de eeuw maakte ook in Haarlem in 1578 bruusk een einde aan een bloeiende kerkmuziekpraktijk in deze kerk, waarover de Delftse rector Corn. Musius zo enthousiast getuigt naar aanleiding van de wijding van Haarlems eerste bisschop in 1561. De nieuwe leer bood vooralsnog geen plaats voor koorzang en zo doofde het vuur, dat meer dan drie eeuwen Haarlemse Bavo in muzikale gloed had gezet.

Herleving

In 1898 werd, na het voltooien van de eerste bouwperiode van de Kathedrale Basiliek van St. Bavo aan de Leidsevaart, weer een koor opgericht.

In 1937 werd Dr. A.I.M. Kat benoemd als kapelaan aan bovengenoemde kathedraal. Bijna 15 jaar werkte hij aan zijn ideaal: de herleving van de kerkmuzikale traditie in de Haarlemse Bavo en dan met name de heroprichting van de eerste Koorschool in Nederland na de Reformatie, als voortzetting van de ‘Coraelen van St. Bavo’.

In 1946 werd de eerste stap in deze richting gezet door het in het leven roepen van de “Stichting Muziekinstituut van de Kathedraal St.Bavo te Haarlem” en met doel het bevorderen van de kennis en de praktijk van de kerkmuziek en de liturgie, het bevorderen van de kerkelijke zang in de kathedraal en het geven van cursussen en voordrachten over kerkmuziek en liturgie.

In 1951 zag Dr. Kat zijn ideaal verwezenlijkt: een eigen basisschool aan het Wilhelminapark voor de koorjongens van de kathedraal met dagelijks, naast het reguliere onderwijs, muziekonderricht in stemvorming, muziektheorie, en repertoirestudie.

Na het overlijden van Dr. Kat in juni1958 werd kapelaan P. Boogaards benoemd tot directeur van het internaat en Kees Bornewasser tot muzikaal leider van het muziekinstituut.

In september 1963 werd Mgr. Drs. J.W.N. Valkestijn benoemd tot directeur en muzikaal leider van het muziekinstituut.
Door o.a. behuizingsproblemen besloot men in 1964 het internaat op te heffen en de koorschool tot een dagschool te maken voor jongens uit Haarlem en omstreken. Tevens werd het 7de leerjaar afgestoten en een derde klas (de huidige groep 5) toegevoegd, waardoor de vooropleiding van de jongens beter werd geregeld. In het belang van het onderwijs nam men ook het besluit geen diensten meer te verzorgen onder schooltijd, noch in de kathedraal, noch elders.
 

In 1973 zijn Koorschool en Muziekinstituut verhuisd naar de Westergracht 61, alwaar het voormalig nonnenklooster ingrijpend verbouwd werd: men had nu de beschikking over drie leslokalen, een muziekzaal, een administratie, twee kamers voor beide directeuren, een spreekkamer en een overblijflokaal. De voormalige cellen van de nonnen werden geschikt gemaakt voor het instrumentaal onderwijs en de bibliotheek.

In oktober 1989 werd Mgr. Drs. J.W.N. Valkestijn opgevolgd door zijn toenmalige assistent, A.H.J.M. Ziekman.

Na overleg met de diverse betrokkenen werd door bestuur en directie besloten om vanaf september 1992 meisjes in de gelegenheid te stellen zich ook aan te melden voor de Koorschool. Sinds september 1993 vormen deze meisjes de Meisjescantorij van de Kathedraal St.Bavo. Naast het basisonderwijs ontvangen de meisjes dezelfde muzikale opleiding als de jongens, met dien verstande, dat de Meisjescantorij beschikt over een eigen repertoire en dus zelfstanding kan optreden in de kathedraal en elders. Ook werken de meisjes, evenals de jongens, regelmatig mee aan concerten door derden georganiseerd.

Op daartoe geëigende momenten zingt de Meisjescantorij samen met de mannen van het Kathedrale Koor of met de jongens.

 

Programming & Design: S. van Leeuwen - Management & Beheer: M.H.J. de Wit
© 2010 KoorschoolHaarlem - Laadtijd: 0.02661sec.